Behandeling

Er bestaat nog geen geneesmiddel dat pulmonale hypertensie geneest. Verder onderzoek is noodzakelijk om steeds betere en efficiëntere medicatie op de markt te brengen. De huidige behandelingen hebben de prognose wel duidelijk verbeterd. Ze hebben een gunstige invloed op de levenskwaliteit van PH-patiënten, maar vereisen een duidelijke voorlichting en een correcte toepassing.

De behandeling hangt samen met de oorzaak van pulmonale hypertensie (PH): Pulmonale arteriële hypertensie (PAH)
, Pulmonale hypertensie ten gevolge van chronische longembolie, waarbij bloedklonters de grote bloedvaten verstoppen (CTEPH)
, Pulmonale veneuze hypertensie ten gevolge van problemen met het linkerhart en de linkerhartklep
 of Pulmonale hypertensie ten gevolge van longproblemen met een chronisch zuurstoftekort, zoals chronische luchtwegobstructie (COPD) of longfibrose.

Bij de laatste drie soorten pulmonale hypertensie zal men de verhoogde bloeddruk proberen tegen te gaan door de behandeling van de longembolie, de hartproblemen en de longproblemen. Deze aandoeningen worden behandeld door cardiologen en pneumologen. Bij patiënten bij wie de PH een gevolg is van chronische longembolie voert men een pulmonale trombo-endarteriectomie uit en verwijdert men de bloedklonters en verdikkingen die de grote longvaten verstoppen. Dit is een ernstige ingreep; tijdens de operatie moet men een kunsthart gebruiken. Bij de grote meerderheid van de patiënten kan men de longdrukken en de inspanningscapaciteit normaliseren, maar bij een klein percentage blijft de pulmonale hypertensie aanwezig en moet men die met medicatie verder behandelen.

In België vindt de behandeling van PAH hoofdzakelijk plaats in 2 gespecialiseerde centra: in het UZ van Leuven (Gasthuisberg) en in het ULB van Brussel (Erasme).